Rozenburg speelde 10 jaar lang, aan één stuk, in het ‘walhalla’ van de
zaterdagamateurs en het leek er op dat de club sterk genoeg was om het daar
nog een paar jaar vol te houden. De sterkste seizoenen waren 1990/1991,
1994/1995 en het seizoen 1995/1996 waar de Rood Gelen lang meestreden om de
titel. De ‘Gouden Generaties’ was inmiddels verdwenen en van een echt
Rozenburgse ploeg was allang geen sprake meer. Binnen de vereniging in die
tijd een bijna dagelijkse discussie of dit wel de weg was die de vereniging
verder moest volgen.
Maar het ging goed met Rozenburg en zeker met de komst
van trainer
Wim Schwillens,
, die in het seizoen 1994/1995 het roer van
Kees Vermunt,
over nam, leek het er op dat Rozenburg zich definitief ontwikkelde
als één van de toppers in de ‘Zaterdag Hoofdklasse’. Schwillens kon oogsten
daar waar vooral Kees Vermunt gezaaid had. In het eerste jaar van Schwillens
werd er een verdienstelijke 4e plaats bereikt en deed Rozenburg zelfs tot op
de laatste wedstrijddag mee om de titel. Ook in het 2e jaar dat de Briellenaar
actief was op sportpark West waren de resultaten van een meer dan acceptabel
niveau. Met die resultaten verstomde dan ook vaak de discussie. Maar wat
bleef waren de vraagtekens hoelang houd Rozenburg stand bij het geld verslindende
topamateurvoetbal van Nederland. Door het uitblijven van doorstromend
Rozenburg-talent moest steeds vaker een beroep gedaan worden op spelers van
ver buiten Rozenburg. Spelers die niet meer een echte binding hadden met de
Rood Gelen, alhoewel dat natuurlijk niet voor alle spelers gold. Spelers
zoals
Roy van Duppen,
Jean Paul Martinot,
Dennis Sala,
Danny Kuppen,
Maar ook
Etienne Shew-Atjon
(tegenwoordig prof bij F.C. Utrecht)
Mikos Gouka
en de huidige trainer van F.C. Dordrecht
Jos van Eck
waren te bewonderen op
sportpark West. Toch zou het uiteindelijk mis gaan met Rozenburg en dat had
niet altijd te maken met de resultaten op het veld. In het jubileum jaar waar
de Rood Gelen na 7 wedstrijden gewoon op de 2e plaats stonden en alles er op
leek dat Rozenburg weer aan een verdienstelijk seizoen bezig was viel het
doek. Onenigheid tussen trainer Schwillens en het bestuur over het wel of niet
opnemen in de selectie van routenier Jos van Eck luide het einde van een
glorieuze periode op het hoogste niveau in. Schwillens verdween vroegtijdig
van het toneel en
assistent-trainer Francis Janse
nam de taken over. Maar het
leed was geschied, ook Janse kon de het tij niet meer keren.
Henry Hecker had het
allemaal meegemaakt Van het kampioenschap in Arnemuiden tot de degradatie in
Huizen en weer een kampioenschap in Ridderkerk in de uitwedstrijd tegen RVVH.
Hij was de allerlaatste uit de ‘Gouden Generatie’ die uiteindelijk op 36 jarige
leeftijd verkoos om op een lager niveau te gaan spelen en ook assistent werd
van de toenmalige trainer
Francis Janse.
Rozenburg na één seizoen dus weer
terug op het hoogste niveau door dat kampioenschap in de ‘Eerste klasse’ in
het seizoen 1997/1998, iets dat zelfs
Perry Hoogstad,
die tot dan toe 9 jaar
lang het doel van Rozenburg verdedigde nog niet had meegemaakt. Maar voor de
jonge in opbouw zijnde ploeg kwam dit kampioenschap veel te vroeg.
Het verschil tussen de eerste klasse en de hoofdklasse was veel te groot.
Rozenburg degradeerde weer direct uit de hoofdklasse en niet alleen dat jaar.
De Rood Gelen maakte een vrije val door drie jaar op rij te degraderen en
uiteindelijk uit te komen in de 3e klasse waarin de ploeg tegenwoordig acteert.
Uiteindelijk speelde Rozenburg (met een onderbreking van 1 jaar) 11 jaar in
de top van het Nederlandse amateurvoetbal.
Iets waar ze op sportpark West best trots op mogen zijn.
| ||